skip to Main Content
Nieuw Wetsvoorstel Excessief Lenen Bij Eigen Bv

Nieuw Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen bv

  • Nieuws

De nieuwe Wet voor excessief lenen bij een eigen bv treedt per 1 januari 2022 in werking. Deze wet gaat leningen van directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) van de eigen bv betrekken bij de belastingheffing. Dit gebeurt wanneer de schuld meer bedraagt dan €500.000. Bij financiering vanuit de bv voor een eigen woning van de DGA geldt een uitzondering.

Wat houdt het wetsvoorstel in?

Maximaal €500.000 van de leningen aangegaan door een directeur-grootaandeelhouder (DGA) en zijn partner blijft buiten de belastingheffing. Dit geldt ook wanneer de partner van de DGA geen aandelen heeft. De regeling is ook van toepassing op verbonden personen als kinderen en kleinkinderen. Bij overschrijding van de grens van €500.000 moet de DGA een dividenduitkering in aanmerking nemen.

Verbonden personen zijn niet verplicht zelf een belang te hebben in de bv die hen geld leent. Wanneer de persoon wél een belang heeft is de bovenstaande regeling, met de €500.000 grens, van toepassing.

Zakelijke en niet-zakelijke schulden onder zelfde noemer

In het wetsvoorstel is er geen verschil tussen leningen onder zakelijke voorwaarden en leningen onder niet-zakelijke voorwaarden. Ook garant staan door de bv en het doorlenen van geld vallen onder dezelfde regeling. De garantstelling valt niet onder de maatregel wanneer de bv alleen garant staat om te zorgen voor een lagere rente. Het kan voorkomen dat een DGA bij meerdere bv’s leent, in dat geval tellen alle leningen mee. Een uitzondering op de regel is een schuld die als eigenwoningschuld kwalificeert. Het moment dat de rente niet meer aftrekbaar is, na 30 jaar, verliest de schuld status en komt zo wel in aanmerking voor de maatregel.

Het fictieve voordeel

De intreding van de nieuwe wet staat op 1 januari 2022. De peildatum voor de hoogte van de lening staat op 31 december 2022. Over het gedeelte van de schuld dat de grens van €500.000 overschrijdt, gaat eerst de fictieve reguliere voordelen in mindering. Dit is het deel van de lening dat al eerder betrokken was bij de belastingheffing. Dit voorkomt dat hetzelfde gedeelte van de lening jaarlijks in de belastingheffing wordt betrokken. Dit fictieve voordeel zorgt overigens niet voor de verdwijning van de aflossingsverplichting en de verplichting voor het betalen van rente.

Verder is er geen verplichting om dividendbelasting in te houden, omdat de schuld op naam van de bv blijft staan en de bv vennootschapsbelasting betaald over de rente. In het voorstel is een maatregel opgenomen om te voorkomen dat een dubbele heffing op het fictieve voordeel plaatsvindt. Dit houdt in dat een fictief voordeel in mindering gebracht mag worden op de verkoopopbrengst van aandelen als eerder rekening was gehouden met een fictief voordeel. Deze aftrek leidt niet tot het ontstaan van een verlies uit het aanmerkelijk belang (AB). Zodra er meerdere ab-houders zijn, mag het excessieve deel boven de €500.000 verdeeld worden. Dit om te voorkomen dat de schulden een dubbele heffing krijgen.

De eindstand

Voor veel DGA’S zal het wetsvoorstel gevolgen hebben. Dividenduitkering of het aflossen van de schuld is voor veel DGA’s een uitkomst om voor 21 december 2022 onder de €500.000 te komen en zo belastingheffing te voorkomen. Voor sommigen is het ook een mogelijkheid om de schuld over te dragen aan de bv.

Back To Top