skip to Main Content
In 2019 Gemengde Kosten Pas Aftrekken Bij Een Hoger Bedrag

In 2019 gemengde kosten pas aftrekken bij een hoger bedrag

Om belasting te besparen, kunnen ondernemers kosten van de winst aftrekken. Echter is er naast de privékosten en de categorie puur zakelijke kosten, ook nog de afdeling ‘gemengde kosten’. Die zijn niet aftrekbaar tot een grensbedrag. Dit grensbedrag is in 2019 opgeschroefd van €4.500 naar €4.600.

Bij gemengde kosten gaat het om kosten die wel zijn gemaakt voor de zaak, maar tevens een tintje privé bevatten. Hierbij gaat het om de volgende kosten:

  • Kosten van eten, drinken en genotsmiddelen;
  • Representatiekosten als feesten en recepties;
  • Kosten van studiereizen, congressen, excursies, symposia en seminars.

Gemengde kosten in de inkomstenbelasting en de VPB

Ondernemers mogen zulke kosten dus niet van het inkomen aftrekken tot een bedrag van €4.600. Wanneer een ondernemer méér gemengde kosten maakt voor de inkomstenbelasting, kan dat dus wel. Uit een publicatie in de Staatscourant blijkt dat dit grensbedrag licht is verhoogd met ingang van 2019. Als ondernemer kun je dus ook kiezen voor een regeling waarbij je standaard 0% van de gemengde kosten in aftrek brengt. Dit percentage is gelijk gebleven dit jaar. Er geldt een soortgelijke regeling voor de vennootschapsbelasting (VPB). Ook daar mogen ondernemingen gemengde kosten tot een bedrag van €4.600 niet van de winst afhalen. Of 0,4% van de totale loonsom, als dat hoger is. Ondernemingen kunnen ook hier voor een alternatieve regeling kiezen, maar ondernemingen mogen standaard maar 73,5% van de gemengde kosten in aftrek brengen bij de VPB.

Ook wijzigingen in bedragen voor lijfrentes

Verder zijn per 2019 de bedragen rond lijfrentes licht gewijzigd. Allereerst is de premiegrondslag van belang voor deze vorm van pensioen. Die bestaat uit de winst uit onderneming van het voorgaande boekjaar, de belastbare periodieke verstrekkingen en uitkeringen, het belastbare loon en het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden. Maar voor dit jaar is deze grondslag maximaal €107.593 (was €105.075 in 2018). De zogeheten AOW-franchise gaat daar altijd nog vanaf. Dit jaar staat die op €12.275. Een belastingplichtige die te weinig premie voor een lijfrente heeft afgetrokken in enkele jaren, kan dat via de zogeheten inhaalruimte inhalen. Dit is maximaal 17% van de pensioengrondslag, maar nooit meer dan €7.254 (was €7.167 in 2018). Het maximum voor ondernemers die dit jaar 56 jaar en vier maanden zijn (tien jaar onder de AOW-leeftijd) is €14.322 (was €14.152).

Heb je vragen of wil je graag in gesprek met een van onze specialisten? Neem dan contact met ons op.

Back To Top