skip to Main Content

Waar let ik als directeur-grootaandeelhouder op bij leningen tussen de BV en mijzelf?

Als je directeur-grootaandeelhouder bent van een BV, kun je in die hoedanigheid geld lenen van de BV. Wat moet je hierbij in de gaten houden en wat is de rol van de belastingdienst?

Wellicht ben je bekend met de WOB, ofwel de Wet Openbaarheid van Bestuur. Deze wet zorgt ervoor dat ook interne stukken van de overheid publiek kunnen worden als daartoe een verzoek wordt ingediend en er een redelijke aanleiding voor is.

In dat kader zijn recentelijk documenten van de belastingdienst openbaar gemaakt over het beleid van deze dienst inzake leningen tussen een directeur-grootaandeelhouder en diens BV. Hieronder leggen we uit waar de belastingdienst op let bij het beoordelen van een dergelijke lening. Zij willen namelijk wel zeker weten dat het hier echt om een lening gaat en niet om een verkapte uitkering van dividend.

Bij het beoordelen van een lening door de BV aan de DGA let de belastingdienst op de volgende factoren:

  1. Wat is de loopperiode en is er een (redelijk) schema opgesteld voor aflossing?
  2. Heeft de BV maatregelen voorhanden om de vordering op de DGA daadwerkelijk te vorderen?
  3. Welke garanties zijn er afgegeven? Zeker bij een langere looptijd is dit belangrijk!
  4. Is er een marktwaarde vastgesteld van het onroerend goed dat als garantie is opgegeven?
  5. Loopt de vordering van de BV op de DGA verder op?
  6. Wat is de leeftijd van de DGA en hoe zit het met diens inkomen en verdere financiële verplichtingen? Met andere woorden, kan redelijkerwijs verwacht worden dat de DGA in staat is de lening onder de gestelde voorwaarden af te lossen?

Is er sprake van dividenduitkering?

Het is aan de belastingdienst om aan te tonen dat de lening onder de gestelde voorwaarden redelijkerwijs niet kan worden afgelost. In dat geval wordt het bedrag dat niet geacht wordt aflosbaar te zijn aangemerkt als een dividenduitkering. Het wordt dan belast in box 2.

Als we het hebben over een lening van 20.000 euro die een uitlening is, dan is dit netto 16.666 euro en moet er 6.666 euro aan belasting worden betaald. Wees je er wel van bewust dat de belastingdienst bij een dergelijke navordering ook een boete kan opleggen! Wanneer je het geld leent van de BV voor zogenaamde ‘consumptieve uitgaven’ is dat eerder een dividenduitkering omdat er geen dekking tegenover staat.

Eenmalige jaarlijkse uitkering

Een DGA mag tot eenmaal een jaarsalaris per jaar lenen van de BV zonder dat daar dekking tegenover staat. Dit is ongeschreven beleid van de belastingdienst.

De hypotheekverklaring

Op het onroerend goed van de DGA kan een hypotheekverklaring worden verstrekt. Dit kan ofwel een positieve, ofwel een negatieve verklaring zijn. In het geval van een negatieve verklaring mag het betreffende onroerend goed niet dienen als garantie aan derden. Bij een positieve hypotheekverklaring geeft de BV toestemming om het onroerend goed met hypotheekrecht te verzwaren.

De belastingdienst heeft in de meeste gevallen geen boodschap aan een verklaring zoals die hierboven wordt beschreven. Vestig als dat nodig is direct een hypotheekrecht ten faveure aan de BV.

Overeenkomsten met de belastingdienst

Je kunt als DGA afspraken maken met de belastingdienst over het wegwerken van de vordering die de BV op jou heeft. Doe dit echter alleen als je zeker weet dat jij je aan de voorwaarden van zo’n overeenkomst kunt houden. Anders kan de belastingdienst bepalen dat het toch ging om een dividenduitkering. Daarover dient dan meteen 25% belasting afgerekend te worden; geld dat er op dat moment misschien niet is!

Samenvattend gaat het er om dat je heldere afspraken maakt en een redelijke leningsovereenkomst opstelt. Let goed op de hierboven genoemde punten die de belastingdienst gebruikt bij het beoordelen van jouw lening.

Back To Top